Over de naam Kleindorp

 

 

Bij de bouw van de eerste 121 mijnwerkerswoningen in het Ophovener-en Eggelspoelderveld in 1918/1919 koos architect Jan Stuyt (1868-1934) in het bij de gemeente ingediende uitbreidingsplan voor groepering in een tweetal wooncomplexen: Sanderbout en Kleindorp ter grootte van 72, onderscheidenlijk 49 woningen (1). De beide wooncomplexen van deze dubbelwijk groeiden pas na de tweede wereldoorlog aan elkaar door de aanleg van de (nieuwe) Bloemenweg langs het trace van het eeuwenoude Voeswegske (2) Tijdens of kort na de bouw van de eerste woningen kreeg het grootste woningencomplex (Veestraat-Rozenstraat-Florastraat en Bloemenweg) de naam Sanderbout toegedicht. De naamverklaring levert geen problemen op. De wijknaam herinnert immers aan koning Sanderbout , alias Zwentibold, die van 895 tot aan zijn dood in 900 koning was van Lotharingen. In verband met zijn legendarische schenking van de Graetheide aan de inwoners van de daaromheen gelegen plaatsen werd hij in de regio, het land van Zwentibold, veelvuldig vernoemd: het Fort Sanderbout, gymnastiekvereniging Zwentibold te Sittard, de Sanderboutlaan in Stein etc. (3). Ook het oudste gedeelte van de latere mijnwerkerswijk Lindenheuvel heette aanvankelijk Zwentibold (Javastraat e.o.).

Veel moeilijker bleek het een verklaring te geven voor de naam Kleindorp, waarmee de 49 woningen langs Eggel-en Poelderstraat in de nabijheid van de gedempte Eggelspoel (ouder: Exelspoel) sedert 1919 aangeduid werden. Deze wijk bestond in feite slechts uit een groot blok woningen  en de verklaring Klein (=49 woningen)dorp ter onderscheiding van het grotere Sanderbout (72 woningen) dringt zich op. Mijnwerkerskolonieen werden bovendien gebouw volgens de toen gangbare tuindorpfilosofie en wel vaker als dorp aangeduid, b.v. Lauradorp in Landgraaf. Een hardnekkige overlevering in mijn familie wil echter dat de oorsprong van de naam Kleindorp een heel andere is. De naam zou namelijk terug te voeren zijn op een familie Kleindorp die in de nabijheid van het later gebouwde wooncomplex een boerderij bezat. Oudere Sanderboutenaren wisten mij tot voor ca. dertig jaar terug nog te verhalen over een boer Kleindorp, bij wie ze vroeger hun eieren, groente en fruit kochten. Een van hen, wijlen mevr. A.Tholen-Albertz uit de Resedastraat, wist mij in het midden van de jaren zeventig nog de exacte ligging van deze boerderij langs de Rijksweg en voor het voormailge slachthuis uit te tekenen.

In het stadsarchief van Sittard heb ik jarenlang gezocht naar een bewijsstuk voor het bestaan en/of de bouw van de hoeve Kleindorp.Tevergeefs. Het bewijs was althans met een schriftelijke bron niet rond te krijgen en bleef gestaafd op de volksoverlevering. Wel ontdekte ik dat de familienaam Kleindorp al sedert de achttiende eeuw inderdaad in Sittard voorkomt: Een inwonerslijst uit 1703 noemt Johannes Cleindorff als inwoner van de Voorstadt (4).Omdat Sittard toen tot het hertogdom Gulik behoorde werd de naam in het Duits geregistreerd. Een originele bevolkingslijst van het kanton Sittard uit 1799 die zich in het Hauptstaatsarchiv te Dusseldorf bevindt, vermeldt Jacques en Jean Kleindorff bijna een eeuw later als inwoners der Voorstadt. Daarmee mag dan bewezen zijn dat naam Kleindorp als patroniem sedert de achttiende eeuw in Sittard voorgekomen is. Het bewijs voor het bestaan van de hoeve Kleindorp langs de Rijksweg onder Sanderbout, en dus op meer dan twee kilometer ten zuiden van de Voorstadt, was daarmee nog steeds niet geleverd. Maar het toeval komt de onderzoeker soms op verrassende wijze tegemoet. Toen ik in mijn vakantie op 30 juli 1991 onderzoek verrichtte in verband met mijn bijdrage in de uitgave Sittard uit Bronnen geput dat in het kader van Sittard 750 jaar Stad verscheen, viel mijn oog een ogenblik slechts op een vergeeld vier folianten tellend stuk uit 1851, Het bleek een authentiek extract uit het Register der Resolutien van gedeputeerde Staten van het hertogdom Limburg, met de volgende inhoud:

Maastricht, den 30 julij 1851

De Gedeputeerde Staten van het Hertogdom Limburg

Gezien het adres van Jacobus KLEIJNDORP te OPHOVEN onder Sittard strekkende ter bekoming van autorisatie tot het bouwen van een huis langs den grooten weg der  1e klasse van Maastricht naar Nijmegen (Rijksstraatweg).

Gezien het daarop ingewonnen advies van den waarnemend Hoofd-Ingenieur van den Waterstaat alhier en Burgemeester en Schepenen van Sittard .d.d 24 dezer.

Gelet op de bestaande verordeningen betreffende het bouwen langs groote wegen;

hebben goedgevonden en verstaan:

De verlangde autorisatie bij deze te verleenen onder de nagemelde bepalingen, te weeten:

1. Dat het bedoeld huis zal moeten worden opgetrokken op eenen afstand van 10 el uit de as des wegs en evenwijdig aan dezelve;

2. Dat de bovenkanten der dorpels van de te maken deuren en ingangen waterpas zullen moeten worden gelegd met de voormelde as;

3. Dat geene uitsprongen hoegenaamd van meer dan tien duim naar de zijde des wegs aan den bewuste bouw mogen worden aangebragt;

4. Dat in de Sloot des wegs eene duiker zal moeten worden gemaakt, welks vloer waterpas moet worden gelegd met den bodem der Sloot, hebbende eene opening in den dag van niet minder dan 30 duim, in het vierkant, welke opening te allen tijde zoodanig zal moeten worden schoongehouden, dat niets den vrijen afloop des waters hinderlijk zijn;

5. Dat wijders niets mag worden daargesteld, hetwelk het aanziens des wegs zou kunnen ontsieren;

6. Dat binnen de twee jaar na de dagtekening der tegenwoordige autorisatie , van dezelve zal moeten zijn gebruik gemaakt. Zullende voorts wegens de ten deze gedane opneming door den adressant aan opzigter L.E. Keijzer moeten worden voldaan het bedrag van f. 1,41.

Afschrift dezer (op zegel) zal worden uitgereikt aan den adressant Kleijndorp voornoemd. Gelijke afschriften zullen worden gezonden aan de Heeren waarnemende Hoofd-Ingenieur en Burgemeester en Schepenen voornoemd, ten einde ieder in den zijnen voor stipte naleving te doen zorgen.

Present de Heeren:

C.Ruijs van Beerenbroek, bij afwezigheid van den Commissaries des Konings, het voorzitterschap waarnemende,

Boutamps, F.Corneli, J.B. Corbeij, F.Corten en F. Michiels van Kessenich, Griffier der Staten.

De Gedeputeerde Staten voornoemd,

Getekend C/ Ruijs van Beerenbroek, Loco-Commissaris des Konings;

Ter ordonantie van dezelven,

De Griffier der Staten,

(getekend) F. Michiels van Kessenich,

Voor eensluidend Extract, de Griffier der Staten

J.B. Corbeij, Loco-Griffier.

Daarmee was op de dag af 140 jaar na afgifte van de bouwvergunning (autorisatie) het bewijs van het bestaan van de hoeve Kleindorp onder Sanderbout geleverd. In dit verband is opmerkelijk dat een journalist van de Limburger Koerier in 1944 de wijknaam Kleindorp eveneens herleidde tot het bestaan van de familienaam Kleiundorp, Wie deze buurt wilde aanduiden sprak van Kleindorp. De naam is zo overgegaan op de buurt en blijven voortbestaan toen de familie er niet meer woonde. De journalist vermeldt bovendien: Een tiental jaren geleden is nog in Doenrade overleden een zekere Jan Hendrik, die uit deze Sittardse familie stamde en in 1852 in Sittard was geboren. Bijna zijn geheel leven heeft hij doorgebracht bij dhr. Dieteren te Doenrade, destijds burgemeester van Oirsbeek, en zijn familie.De mannelijke tak der familie Kleindorp is met genoemden Jan Hendrik uitgestorven-hij bleef ongehuwd. Een zuster van hem moet naar Holland vertrokken zijn (5) Zo is het bewijs eindelijk rond, de jurist bevredigd en de volksoverlevering bewaarheid.

Peter Boudewijn

Noten:

1. Mr. P.M. Boudewijn, Sanderbout-Kleindorp in HJLvZ Sittard 1984, 154-165.

2. P.M. Boudewijn, Sittard: Mauritsstad of Tuindorp ? In ; Sittard uit Bronnen geput, band II, Sittard 1993, 605-631

3. A.M.P.P. Janssen, Zwentibold, historie en fictie in HJLvZ 1997, 70-86

4. Gemeentearchief Sittard, voorlopig invenraisnummer 1021

5. Limburger Koerier 25 februari 1944

 Copyright © 1963-2018 Stichting Wijkblad Sittard Tussen de Rails. All Rights Reserved.