Graetheide

 

Op het punt waar Bergerweg en Urmonderbaan momenteel een drukke wegsplitsing (vork) vormen in de Graetheide, wordt de blik van menig aandachtig voorbijganger getroffen door een oude, ten dele gewitte, boerenhoeve: De latere Hoeve Nijsten. Hoeve en de vanouds naar de Graetheide leidende, en nog bestaande, Veestraat nodigden, mede door het voor handen zijnde archiefmateriaal, uit voor de navolgende korte terugblik. Oorspronkelijk vormde de Graetheide een uitgestrekt bosgebied ("de Graet"), dat - zo verhaalt een plaatselijk kroniekschrijver - rond 1642 nog tot de Voorstad reikte. Ten oosten van onze wijk grensde deze bebossing aan het oude straatdorp Ophoven. In een tweetal (helaas ongedateerde) wegenlijsten, berustend op het stadsarchief, is sprake van een "Lantwer beneven Ophoven".

Waarschijnlijk scheidde deze lantwer of landwering de Ophovense velden van het "Graetbos", teneinde ze te beschermen tegen binnendringend wild. Hoe deze landwering er precies uitgezien heeft (zandwallen, greppels, haagaanplantingen??) kunnen we slechts gissen. In latere tijden schijnt het "Graetbos" door grootschalige ontbossing (roofbouw??) veranderd te zijn in weide en veld: De Graetheide. Vanuit Ophoven waren deze weiden toegankelijk via de "Veheweg".

In de eerder aangehaalde wegenlijsten komt hij vooronder de wegen buiten de Limbrichterpoort: "Der Vehe weg achter Ophoven is eyn gemein wegh doer die Somersche hage sall breyt sein . . . . 1 Rode". De Veheweg was oorspronkelijk dus 1 roede oftewel 1 karrenspoor breed; de Somersche hage (vgl. de Haagstraat) maakte wellicht nog deel uit van de Ophovense landwering. Mogelijk ontleent de Veheweg zijn naam aan de veedrift vanuit Ophoven naar de nieuwe velden en weiden, die het grootste deel van onze wijk bedekten.

In de achttiende eeuw werd op grote schaal tot exploitatie van deze velden overgegaan. In een leggerboekvan landmeter Bollen uit 1747 telde ik in het gebied, begrensd door Vehestraet/Haeghweg" en "Exelspoelderweg" niet minder dan 81 verschillende kavels. Onder de bezitters vindt men de namen van oerechte Ophovense families: Breuckers, Laumen, Martens, Meisschen, Lemmens en Custers. In 1768 besloot de gemeente Sittard over te gaan tot verpachting van grond gelegen in de belastingvrije zone van de Graetheide. Het besluit hiertoe werd op 26 maart van dat jaar afgekondigd in de kerk te Sittard.

Niettegenstaande dit openbaar aanbod verschenen slechts twee gegadigden: Een zekere Abraham Clemens en Simon Schrijen. Op het stadsarchief bevindt zich een afschrift van de, zeven pagina's tellende, pachtakte (met dank aan J. Beckers te Sittard). Aan genoemde Simon Schrijen, voormalig inwoner van Overhoven, werden 54 bunder akkergrond en weide verpacht voor de duur van 27 opeenvolgende jaren (dus tot 1795). Als tegenprestatie betaalde hij de eerste drie jaren niets ("gar nichts"), de daaropvolgende twaalf jaren 100 Keulse Rijksdaalders en de laatste twaalf jaar 150 rijksdaalders per jaar. Blijkbaar bood het stadsbestuur hem in moeilijke beginjaren enige financiële armslag. Deze had hij wel nodig, daar hij voornemens was (zoals uit de acte blijkt) op het gepachte een "Behausung, Scheur und Stallungen" te bouwen. Deze bebouwing, in het tot dan toe nog geheel onbewoonde gebied, dateert dus van kort na 1768. De afgelegenheid van dit gebied klinkt nog door in de Sittardse verwensing: "Ich woll daste oppe Graethei zouts".

In de vorige eeuw kwam de hoeve in het bezit van de familie Crux; oude Sittardenaren duiden dit gedeelte van de Graetheide dan ook nog aan als "Bie) Crox in de Graethei". Tot de dag van vandaag behield de hoeve haar 18e eeuwse karakter; na twee eeuwen beantwoordt zij nog steeds aan haar oorspronkelijke (agrarische) bestemming. Inmiddels zette de hierboven gesignaleerde verkaveling van de Graetheide zich gestaag voort: Toen men rond 1860 besloot tot de aanleg van de spoorweg Maastricht-Venlo, zag men zich in Sittard geconfronteerd met 237 te onteigenen percelen ten westen van de stad. Zij staan opgesomd in de Staatscourant van 9 november 1862 (No. 266, berustend op de Universiteitsbibliotheek te Nijmegen). Onder de te onteigenen percelen bevonden zich gedeelten van een drietal buurtwegen in onze woonwijk namelijk een gedeelte van de Veestraat ("Achter de Haag" genaamd), de Eggelspoelderweg en het Voetwegske.

Ten behoeve van deze spoorweg vond een grootscheepse grondverplaatsing plaats van het Eggelspoelderveld, ten zuiden van de stad, waar de aarden baan uitgediept werd, naar het Limbrichterveld, ten noorden van de stad, waar zij opgehoogd moest worden. Op 11 juli 1863 bezocht de befaamde Thorbecke, als minister van binnenlandse zaken, de grootscheepse werkzaamheden te Sittard: "Tegenover Ophoven stapte zijne Excellentie, vergezeld van hoofdingenieur Cool, uit zijn voertuig en wandelde naar het gedeelte van den Spoorweg, alwaar men thans bezig is met de uitgravingen en het vervoer der aarde . . . .", zo bericht het nieuws- en advertentieblad "Mercurius". Waarschijnlijk volgden beide notabelen op hun route het tracé van de aloude Veestraat.

 Copyright © 1963-2019 Stichting Wijkblad Sittard Tussen de Rails. All Rights Reserved.