Exelspoel

 

Van een zeeroude bewoning in de onmiddellijke nabijheid van het tegenwoordige Sanderbout getuigen de bandkeramische 'vondsten in de Thien Bunder. Opvallend is ook de vondst van een Romeinse munt van keizer Vespasianus (69-79 na Christus) in het huidige Sanderbout.

Door onze wijk liep vanouds de "Viheweg", waarover de bewoners van Ophoven hun vee naar het bos de "Graet" plachten te drijven. Een andere bekende weg was de "Exelspoelderwegh". Tussen genoemde wegen lag het "Exelspoeldervelt". In dit veld hadden nogal wat boeren land onder de ploeg. Landmeter Johannes Bollen noteerde hen reeds in 1747 onder het hoofdstuk:

"Alhier volght 't velt, Landen synde geleghen tusschen den Exelspoelderwegh ter eenere, ende ter andere syden den Haeghweg". Zo bezat Theunis Ploumen 69 roeden aan de "Vehestraet"; Gertrudt Laumen 62 roeden "aen den Exelspoelderwegh", Mechel Breuckers 57 roeden "in 't Exelspoeldervelt" en Lenaert Lemmens 82 roeden op de "Exelspoelderwegh".

"Aen de Haegh" (vgl. tegenwoordige Haagstraat) bezat een zekere Celis Custers een complex van maar liefst 143 roeden. Verscheidene der toen vermelde familienamen (Laumen, Breuckers, Lemmens en Custers) treft men thans nog aan in Ophoven; een bewijs voor de honkvastheid der Ophovenaren. Ook de "Exelspoel I" bestond nog in 1747, getuige het feit, dat de stad Sittard 107 roeden grond "neffens den Exelspoell" bezat. Het is uiterst merkwaardig, dat men later van de Eggelspoel ging spreken.

In 1862 werden 95 ellen in het Eggelspoeldenreld onteigend ten behoeve van de aanleg der spoorweg Maastricht-Venlo. Een tweede onteigening volgde kort na de eerste wereldoorlog ten behoeve van de woningbouw. Het wooncomplex kreeg de benaming "Kleindorp". Grootvader van schrijver dezes, die zich in de jaren twintig in de nieuw gebouwde woonwijk vestigde, beweerde, dat deze benaming afgeleid zou zijn van een geslachtsnaam. Tot mijn niet geringe verbazing ontdekte ik in een inwonerslijst uit 1703 (!!) inderdaad een zekere Johannes Cleindorff, die met vrouw en kinderen woonachtig was in de gemeente Sittard.

In het Hertogdom Gulik (waarvan de stad Sittard tot 1794 deel uitmaakte) was het Hoogduits de officiële taal der administratie. Vandaar de spelling "Cleindorff". Men diene in de genoemde familie geen Duitse immigranten te zien; hun nakomelingen hebben zich later "Kleindorp" genoemd. In 1919 betrokken de eerste bewoners de nieuwe woningen in Kleindorp. De woningen waren toen verbonden door fraaie poortbouwsels. Sommige gevels waren verlucht met baksteenpatronen.

Op 17 maart 1919 besloot de Sittardse Gemeenteraad bij acclamatie aan de nieuw aangelegde wegen in het wooncomplex de benamingen Eggel- en Poelderstraat" te geven. Bij de afbraak van de wijk inl 974 heb ik bij het college van B en W vurig gepleit voor behoud van de straatnamen, waarop het College instemmend beschikte. Tevens ging het College in op mijn voorstel de nieuwe straatnaamborden te voorzien van een verklarend onderschrift.

Tot mijn grote vreugde koos een overgrote meerderheid van de leden van opgerichte bejaardenkoor in 1979 voor de fraaie naam "De Eggelzangers".

Peter Boudewijn

 Copyright © 1963-2018 Stichting Wijkblad Sittard Tussen de Rails. All Rights Reserved.