Bokkenrijders

 

In het veld tussen Kleindorp en Lindenheuvel markeert een mooi veldkruis nog steeds,de.plaats, waar eens menig bokkenrijder voor zijn misdaden aan de galg gevonnist werd. Het kruis wordt dan ook wel "kruuts aan de galg" of "Galgekruuts" genoemd. In de volksmond duidt men de omgeving van het kruis nog wel aan met de naam "in de galling", hetgeen wijst op een rechtplaats.

Wij wezen er reeds op, dat deze galg gestaan heeft ter plaatse van de "Raetscoul", een verlaging in de Graetheide, waar de bomen (in casu eiken) verwijderd waren. Daar wij de voorkeur geven aan betrouwbare bronnen, speurden wij in vele archivalia en boeken om onze gegevens te verifiëren. Dit alles bleef niet zonder resultaat. Wij waren in staat een van de vele verhalen over de bokkenrijders geheel na te gaan. De belangrijkste bronnen zijn wel artikels van Prof. Dr. Schrijnemakers in "Munsterleen' en "Limburg aan de Galg" van Frans van Oldenburg Ermke.

Inde nacht van 30 juni op 1 juli 1749 verzamelden een aantal bokkenrijders zich op de nog steeds bestaande "Vuling" te Geleen. Doel van hun bijeenkomst was een overval op het rijke herenhuis van de gezusters Gadé (vgl. de Geleense Gadéstraat) te Lutterade. De bende telde o.a. drie Munstergeleners, waaronder een zekere Antoon H., alsmede enkele inwoners van Oud-Geleen. De overval op de bejaarde gezusters (Josina en Jenne Marie, beiden zestig jaar oud),verliep vlekkeloos en de buit was groot.

Opmerkelijk is dat er zich onder de leden van. deze bende bokkenrijders een jonkheer en een oud-veldwachter bevonden. Dezelfde bende pleegde in de nacht van 4 op 5 maart 1750 een overval op het echtpaar Petni te Puth. Voor Antoon H., een schoenlapper, verliep deze overval minder gunstig, want hij werd door de mannelijke helft van het beroofde echtpaar herkend. Op 16 mei werd hij dan ook gearresteerd en in de kelders van kasteel Terborg bij Schinnen opgesloten. Op de pijnbank kwam zijn tong los en vertelde hij zijn misdaden. De sluwe Antoon was nog lang niet ten einde raad. Want op 6 oktober ontsnapte hij en liep barrevoets naar een vriend in Stadbroek.

Een andere medeplichtige, een zekere Johannes B. uit Munstergeleen ontsnapte eveneens uit de kerker van het kasteel "St. Jansgeleen" te Spaubeek. Hij werd weer gearresteerd en op 18 augustus 1751 werd hij tot de strop veroordeeld. Vijf dagen later.werd hij, tesamen met vijf andere bokkenrijders aan de "Raetscuyl" in het veld tussen Sittard en Lutterade opgehangen. Zo stonden er galgen in Hoensbroek, Puth-Schinnen, in de "Bondskerk" bij Munstergeleen, ja overal in Limburg.

Ons inziens mag men deze bokkenrijders niet als louter dieven of rovers betitelen. Ze passen beter bij de heksentijd., Zij reden immers op bokken en verzamelde zich op punten als de St. Rosakapel te Sittard. Ook het groot aantal notabelen onder deze bende, zoals jonker Willem de Gavarellle uit Oud-Geleen en dokter Kerkhof uit Kerkrade; wijst eerder in de richting van de magie dan van plunderen om het dagelijks brood.

In de stad Sittard werden opvallend weinig overvallen gepleegd. Waarschijnlijk werden de bokkenrijders hier afgeschrikt door de hecht omwalde en dichtbevolkte stad. De enigste twee overvallen werden dan ook op de Steenweg buiten de wal gepleegd. Wel woonden in Sittard veel helers, aan wie de bokkenrijders hun waar verkochten. Het ware te wensen, dat men zich met carnaval eens in een bokkenrijderscostuum hulde in plaats van in exotische indianentooien en door de commercie beïnvloedde televisiekostuums. De bokkenrijders waren immers mensen van deze streek, die hoe dan ook getuigen van het oude verleden van "oos sjoon Limburg".

Peter Boudewijn

 Copyright © 1963-2019 Stichting Wijkblad Sittard Tussen de Rails. All Rights Reserved.