Parochienieuws

Gezegende zondagen

 

Het doet me pijn dat de kerkelijkheid zo sterk is afgenomen. Misschien dezelfde pijn wanneer je als vader of moeder je eigen kinderen en kleinkinderen niet meer ziet. Vooral zondags…. dan is het pijnlijkst. Je ziet je buren in de straat, ze stappen in de auto, gaan naar bushalte of krijgen bezoek. En in jouw huis is het erg stil, zeker op zondag…… Was die zondag maar voorbij, denk je vaak.

 

Menige pastoor denkt in West-Europa en in Nederland ook zo. Soms kun je in je kerkgebouw de gelovigen zo zien weggaan….. alleen de grijze haren en oude hoofden bevolken de kerkbanken. Kerk en geloof is iets voor “dommen”…… ofwel is niet van deze tijd. Pijnlijk zie je de ouderen op een dag niet meer komen naar de kerk, ze hebben het trouw volgehouden maar sommigen kunnen wegens afnemende gezondheid en het afzwakken van hun krachten niet meer komen.

 

Jongeren van nu hebben veel meer toekomstmogelijkheden dan vele generaties voor hun tijd. Ze beseffen dit voordeel niet of willen het niet beseffen. Dit komt deels doordat ze niet mee krijgen, niet bevatten wat ouderen voor hen hebben betekend. Soms denk ik dat jongere generaties zo eenkennig en egocentrisch opgroeien, dat ze geen oog en oor hebben wat om hen heen gebeurt en wat voor hen al verwezenlijkt is. Trouw. Dat is het sleutelwoord, dat is de code voor de toekomst. Je hebt codes nodig voor je telefoon, je computer, bankrekening enz. Daaraan is gekoppeld dat je deze niet met anderen deelt, tenzij in de sfeer van je gezin, of als het je dierbare treft, want daar is het veilig, daar is geborgenheid. Bekijk eens hoe vaak we codes benutten? Hoe vaak gebruik je het niet voor vertrouwelijke gegevens? En dan heb je zo vanzelfsprekend toegang. En hoe is het met trouw in onze kerk? Onze code van trouw en toegang tot onze kerk? Misschien moet ik zeggen wat hebben u of ik gedaan met de code van trouw jegens God en mensen. Je kreeg aan het begin van je leven bij het doopsel de code van trouw: je hoort bij onze kerkgemeenschap. Wat heb je ermee gedaan. Ligt je code ergens opgeborgen totdat ik ze eens nodig heb…. of wordt ze zelfs verwaarloosd vergeten, zo van wat moet ik ermee? Ja, ik heb ze gekregen van mijn ouders, ze vinden het erg dat ik ze laat liggen, maar ja …… zij komen ook uit een ander ouderwets tijdperk, is mijn overtuiging. Ik ben van de huidige tijd, zij van die oude tijden…… Maar ben je daarom beter??

 

De zondag is soms het ergst….. zeggen sommige ouderen. Je voelt je zo verlaten. Kinderen hebben het druk ….. zeggen ze …. Vragen ze zich wel eens af hoe wij het vroeger moesten doen zonder de vele technische hulpmiddelen van nu? En toen was trouw vanzelfsprekend. Nu lijkt het of men erom moet bedelen. De kaarsen worden zondag aangestoken in de kerk. De Mis begint zo. Trouw komen de bekende kerkgangers binnen. Ze kijken naar elkaar en groeten elkaar: verheugd dat men elkaar weer ziet. Ze hebben allemaal dezelfde pijn. We missen onze jongeren, onze generaties na ons. Die doen juist alsof zij de toekomst hebben. Ze hebben gelijk….. wat leeftijd betreft. Maar de leegheid van hun innerlijk leven tekent zich nu af in de leegheid van onze kerken. We missen hen zeer.

Daarom steken we elke zondag voor onze afwezigen een kaarsje aan. Hopelijk wordt ons gebed verhoord, niet om ons gelijk, maar om hun aller geluk, innerlijk geluk wel te verstaan. U kent toch het verhaal van de kapper?

 

Een man ging naar de kapper om zijn haar en baard te laten knippen. Ze begonnen te discussiëren en spraken over vele zaken. Al gauw kwamen ze bij de bekende vraag of God wel bestaat. De kapper zei: “kijk, ik geloof niet dat God bestaat.” “Waarom zeg je zoiets”? vroeg de man.

“Nou, iemand hoeft alleen maar naar de wereld te kijken en hij zal zien dat God niet bestaat. Als God echt bestaat, zouden daar dan zoveel zieke mensen zijn? Zouden daar zoveel gehandicapte kinderen zijn? Zoveel oorlogen, zoveel natuurgeweld met vele dodelijke slachtoffers. Nee, als Hij echt bestond, zou er geen ellende zijn op de aarde. Ik kan me niet voorstellen dat een God dit allemaal kan toestaan. De man was even stil maar zei verder niets. De kapper was inmiddels klaar en de man verliet de zaak. Onderweg naar huis zag hij een oude man op straat met een heel lang haar en ongetrimde baard. De man ging onmiddellijk weer terug naar de kapperszaak en zei tegen de kapper: “KAPPERS BESTAAN NIET!” “Maar ik ben toch een kapper en ik sta hier vlak voor je,” antwoordde de kapper. “NEE!” Schreeuwde de cliënt. “Kappers bestaan gewoon niet. Als zij echt bestonden, zouden er geen mensen meer rond lopen met lang haar en ongetrimde baarden op de wereld.”

 

De kapper antwoordde: “Ach, wij kappers bestaan zeker wel. Het zijn gewoon de mensen die niet naar ons komen.” “Exact!” ging de man verder. “Dat is het hem nou juist. God bestaat ook zeer zeker wel. Het zijn juist de mensen die niet naar Hem gaan en Hem niet opzoeken. En daarom is er zoveel ellende op de aarde.

Gezegende Zondagen u toegewenst.

 

Deken Wilbert van Rens

 

Mededelingen: Allerheiligen en Allerzielen zijn altijd op 1 en 2 november. Dat is dit jaar 2017 op een woensdag en donderdag. De zondag eraan voorafgaand worden de Kerkhofdiensten gehouden: dus op zondag 29 oktober 2017

Sint Rosa

 

Op zondag 27 augustus a.s. Sint Rosaprocessie:

het feest der herkenning maakt ’t goede leven in Sittard

 

Dit jaar met St.-Rosa kiest het gemeentelijk St.-Rosafestival voor een meer uitgewerkte titel van vorig jaar: “ Het feest der herkenning maakt ’t goede leven in Sittard “. Meer aandacht dus voor veel goedheid die ons zo maar wordt geschonken. Maar wat kan zo’n meisje als H. Rosa ons nog aanreiken? Heiligenleven van vroeger… (Rosa leefde van 1586-1617) heeft dat nog invloed? Festivalactiviteiten en activiteiten gekoppeld aan kerkelijke gebeurtenissen liggen ver uit elkaar. Is dat zo? De laatste tijd wandel ik wat meer in en rondom de Kollenberg. Ik ben geen sportmens, maar ik voel soms heel indringend wat de natuur en de Kollenberg ons te bieden heeft. Vaak flitst een sporter/renner me voorbij, of een e-biker (fietser) gaat in rap tempo de berg op. Daarbij vroeg ik me af: wat zien die twee eigenlijk? De sporter kijkt af en toe op een bandje met klokje op zijn arm, het lijkt wel of die afklokt…. zoals de duivenliefhebbers dat vroeger deden. En de oudere dame met de e-fiets flitst als een jonge vrouw door het landschap, maar zien ze wel wat? Wil je wel wat zien? Ik stopte even om te kijken naar een voetval onder bij de opgang naar de St.-Rosakapel: de 4e Voetval. Zen oude tekst….. staat er onder op de zuil: Jezus wordt vreedelijk gegeeseld ….staat er in de oud-Nederlandse schrijfwijze van onze spraakkunst, maar de taal is duidelijk. Heel de weg naar boven is mooi en de moeite waard om te beklimmen. Hoe rustiger men loopt, hoe dieper je de stappen van de voetvallen voelt. Voetvallen…. Jezus wordt gegeseld…… sommige geselen zichzelf bij al die sportdruk die men zichzelf oplegt. Het meisje Rosa zou zichzelf ook wel eens gegeseld hebben: met een soort karwats met ijzerpuntjes sloeg ze zichzelf. Ze wilde voelen wat Jezus toen gevoeld heeft. Kijk zo’n voetval dwingt je een moment even stil te staan: wat is de meerwaarde van de sportgeselingen van tegenwoordig. Alsmaar meer en meer jezelf afbeulen en dan minachtend doen over die heiligen van vroeger die zich af en toe sloegen met een karwats.

 

Bijzonder die voetvallen. Waar komt dat eigenlijk vandaan? Kijken we in ons Limburgs land dan zien we maar op een paar plaatsen bij belangrijke devotiekapellen de beroemde voetvallen. Bij ons in Sittard bij St.-Rosakapel; in Echt bij Schilbergkapel met 7 prachtige voetvallen tev OLVrouw en verder zijn er hier en daar nog wat restanten overgebleven van verloren gegane voetvallen: zoals in Valkenburg, Geleen enz. Het woord Voetval zegt het letterlijk: pelgrim valt ten voet…… stop even ……. maar de eenzame fietser of sporter gaat door……. geen tijd of geen gevoel voor tijd?

 

Soms denk ik: mens-van-nu hou toch op om jezelf te kastijden. Hier en daar schieten allerlei sportaccommodaties uit de grond en de kostbare voetvallen worden enkel als monumenten beheerd voor het nageslacht. Maar een echte beheerder moet er ook mee leren “leven”. Je krijgt als gelovige van je voorouders kostbare bouwstenen van je geloof. Zo’n voetvallen zijn daar een prachtig voorbeeld van. We moeten ze niet alleen beheren…… maar ook daarmee je geloof leren “beheren”. Waarom staat er ineens op mijn levensweg die afbeelding….. midden in de natuur?? Onze voetvallen (7 stuks), verwijzen naar de smarten van Moeder Maria en helpen ons te beseffen dat St. Rosa ook dit lijden van Jezus en Moeder Maria heel diep en intens heeft bemediteerd. Zeven, het getal is een bijbels getal en verwijst naar de unieke genade Gods die daarin schuil gaat: dit kan alleen Gods genade zijn….. dit is geen eenvoudig menselijk werk, dit is Gods werk. Plotseling zien we aan de andere kant het Levetenhöfke. Het hoort niet direct bij de 7 voetvallen en toch onderbreekt het even onze route en het helpt ons te schakelen naar het moment daar waar Jezus staat. Deze Hof van Olijven beeldt duidelijk uit hoe Jezus in de grote verlatenheid en eenzaamheid alleen de beker van het lijden moet drinken: Je hoort Hem ineens zeggen….. niet mijn wil maar Uw wil geschiede….

 

Ik ga weer verder. Inderdaad iedere stap wordt intenser en je wordt je meer bewust van wat je ziet. Eraan voorbijgaan is jezelf opblazen tot een voorbijganger die meent iets te presteren. Maar ook die mens is als een vluchtige schaduw. Deze route is toch wel uniek: je hoort het gejuich van kinderen bij kindervakantiewerk of bij krombroodrapen, je hoort de klanken van harmonieën bij de St.-Rosaprocessie, het bidden van de rozenkrans en opeens overvalt je de stilte….. het is eigenlijk een toegangsweg naar de natuurkathedraal van St. Rosa. Hoeveel generaties en families Sittardenaren en vele andere pelgrims trekken hier jaarlijks naar toe? Wat voelen ze, wat ervaren ze, wat geven ze door. Ineens zie je het kapelletje. De herkenning begint te werken. Je ziet ineens allerlei mensen in gedachten bij de kapel staan, onze pelgrims van Sittard, met bisschoppen, priesters, acolieten, kerkkoren…… Ineens voel ik waar we als Kerk en St.-Rosacomité voor staan: houd dit in ere. Laat het niet los. Hoeveel plekken in Limburg hebben we al niet verloren die de warmte van ons geloof zo goed uitbeeldde. Herkenning is er juist om op tijd vast te houden, vast te leggen dat mag niet van ons weggenomen worden! Deze intrinsieke waarden van onze levensweg zie je in deze route naar St. Rosa. Onze voetvallen helpen ons even stil te staan. Het Levetenhöfke laat ons voelen dat we niet bang hoeven te zijn: Hij heeft voor ons de kelk van het lijden gedronken waardoor Hij ons helpt ons eigen lijden met Hem te dragen. Hier kan ik het gesprek met Hem en de H. Rosa aangaan. En in de stilte van de natuur herken ik zijn antwoord. Wat een geluk!!?? Is dat niet het goede leven in Sittard?? Dank aan al onze pelgrims die ons daarin zijn voorgegaan!!

 

Ik wens u toe een prachtig St.-Rosafeest. En….. natuurlijk zijn we dankbaar dat u ons financieel blijft helpen om dit alles: vanaf St.-Michielskerk, de Voetvallen, het Levetenhöfke tot en met St.-Rosakapel in stand te blijven houden. Het is onze ereplicht om dit alles dankbaar in goed banen te leiden. In gezamenlijkheid werken we hier aan, zowel Gemeente, het St.-Rosacomité en ook het Kerkbestuur.

 

Deken Wilbert van Rens

Herder gezocht

 

Herder gezocht in deze wereld: veel geschreeuw en weinig wol ??

 

Enige tijd geleden werd voor de heidelanden van Drenthe in Nederland via een adverten¬tie in de kranten een herder gezocht. Het resultaat was verrassend. 250 mensen, van alle stand en leeftijd, melden zich. Ik weet niet wat die mensen bewoog om herder te willen worden: werkeloosheid, vlucht uit het jachtige leven... In elk geval schijnt het dat veel mensen beseffen dat dit beroep iets bijzonders moet hebben. De grote gestalten van het Oude Testament waren herders: Abraham, de vader van het geloof; Mozes, de redder van zijn volk; David, de grote koning. Het uitverkoren volk heeft tenslotte deze titel op God zelf toegepast: "God is mijn herder, die waakt over mij." Wij horen niet meer zo graag over de "goede herder" spreken, omdat wij niet zo graag als schapen beschouwd willen worden. De overgevoe¬ligheid waarmee sommige gelovigen reageren tegenover het gezag in het algemeen en tegenover de kerkelijke leiding in het bijzonder, is wel kenmerkend voor deze tijd. De tijd van "herderlijke brieven" is wel voorbij, en ook de tijd dat de kudde gedwee en volgzaam in het spoor van hun pastoor liep. De Kerk vraagt zeker niet van ons dat wij ons zouden voelen als gelovi¬ge schapen of als schaapachtige gelovigen. Dat alles bedoelt Jezus zeker niet als Hij in dit evangelie zegt: "Ik ben de goede Herder." Ik heb eens geprobeerd een eigentijds woord te vinden, dat je zou kunnen gebruiken in plaats van herder, om de bedoeling van Jezus duidelijk te maken. Wij zouden kunnen spreken van ploegbaas, teamleider, direc¬teur, maar geen enkel woord geeft volledig weer wat je onder herder verstaat, het is een samenspel van tederheid, mildheid, trouw, leiding¬gevende zorg. Het is niet zonder reden dat de oudste afbeelding, die ooit van Jezus gemaakt werd, in de catacomben van Rome, een beeld is van de goede herder. De mensen weten ook heel goed wat ze bedoelen, als ze van een pastoor zeggen: "Dat is nu eens een goede herder". Dat klinkt dan niet negatief, integendeel, zij bedoelen: dat is een man die een hart heeft, die bezorgd is voor de zieken en stakkers, voor de mensen in nood.

 

Juist dit bedoelde Jezus toen Hij zei: "Ik ben de goede herder". De herder is solidair met zijn schapen. Hebben de schapen het koud, dan heeft de herder het ook koud, smacht een schaap naar het frisse water, dan ook de herder, een herder ruikt naar zijn schapen, slaapt tussen zijn schapen, hun vuil kleeft aan zijn kleren en zijn lijf. Zo solidair is Jezus met ons. Hij kent zijn schapen bij naam. "Ik ken mijn schapen," zegt Jezus. Dat is een geweldige uitspraak, die eigenlijk pas heel concreet wordt als ik die uitspraak op mijzelf toepas. Jezus kent mij. Hij kent mijn goede en slechte kanten, mijn diepste eigenheid en Hij aanvaardt mij zoals ik ben. Het kennen van Jezus is immers geen beoordelen of veroordelen, maar een bevestigende liefde, die gaat tot het geven van zijn leven voor mij. Kent u de uitdrukking: veel geschreeuw en weinig wol ?? Die uitdrukking wordt gebruikt als iemand veel drukte maakt zonder veel resultaat of zonder echte bedoeling, of als iets met veel poeha werd aangekondigd, maar vervolgens erg tegenvalt. Er zijn allerlei logische verklaringen bij deze uitdrukking in de literatuur te lezen. Maar een bepaalde uitleg wil ik u niet onthouden: volgens het Spreekwoordenboek van Van Dale (2000) komt de uitdrukking al voor in een tekst uit 1460. Mogelijk is ze ontstaan op basis van een verhaal/legende over een domme duivel, die God schapen ziet scheren. Op de vraag waarom hij dit doet, antwoordt God dat hij van de wol kleren wil maken. De duivel probeert daarop zijn varkens te scheren, wat mislukt. Woedend schreeuwt de duivel daarop: 'Veel geschreeuw en weinig wol!' Een interessante uitleg die je laat nadenken over deze dialoog tussen een duivel en God. God scheert schapen….. zo mak als een schaap, zeggen we wel eens. En het bijzondere is dat een schaap zich vleit tegen de scheerder. Alsof het schaap begrijpt dat iemand anders zijn jas nodig heeft. En God werkt maar door….. maar de tegenstander kijkt jaloers en ‘t lukt hem maar niet…….. het is bij de beesten af met zo’n varkens ….. lijkt de duivel te zeggen. De uitdrukking zou dus al in de 15e eeuw zo gekend zijn. Interessant is daarbij de rol van duivel en God, van varken en schaap. Het verwijst naar de aloude Bijbelse botsing tussen goed en kwaad, tussen wat God graag van ons als inzet vraagt en wat de duivel ons als luxe voorhoudt maar waarvan de opbrengst uiteindelijk nul zal zijn omdat je alles voor jezelf wilt houden. De conclusie die de duivel trekt uit de gebeurtenis van toen, is voor ons de hedendaagse uitdrukking geworden: Veel geschreeuw, weinig wol!!

 

Maar in dit verhaal over de uitdrukking zit ook verscholen de positie van U en mij. Jezus wijst ons op de unieke rol van de herder. Hij gebruikt het beeld van de goede herder die zichzelf wegcijfert omwille van zijn schapen: en verder attendeert hij ons op de slechte herder die een huurling is em alleen maar uit is op persoonlijk gewin en uiteindelijk wegrent als het erop aankomt! Leer het onderscheid van goede en slechte herder goed kennen, is zijn overduidelijk advies. Kijk hoe zij zich zelf binden aan de taak die God aan ons voorlegt. Aan de vruchten kun je zien of zij ons God voorhouden of zichzelf! Daarom is deze uitdrukking ook een spiegel voor de bisschoppen, priesters en diakens, allen die met het priesterambt van Christus zijn bekleed. Een van de hoofdkenmerken van het herder-zijn is dienstbaarheid. Populariteit en geliefd-zijn als priester is leuk en aardig, maar het brengt je eigenlijk af van Christus. Daarom uit roeping zich altijd in een innerlijk gebedsleven die gepaard gaat met een grote vorm van dienstbaarheid: en dat moet te zien zijn bij al onze bisschoppen, priesters, diakens en al onze kloosterlingen. Dat is de reputatie waar het in onze kerk om gaat!

 

De volgelingen die Jezus in het evangelie zijn schapen en lammeren noemt, noemt Hij elders zijn broers en zusters (Mt.12,50). Als deze goede herder later tot Petrus zegt: "Weid mijn lammeren", dan zijn wij allemaal aangesproken om op onze beurt herder te zijn van onze broeders en zusters. Zo wordt ons ook deze spiegel voorgehouden. Wij moeten, zoals Jezus, mild zijn, een hart hebben voor de anderen, wij moeten zelfs bereid zijn ons leven te geven voor het geluk van andere mensen. In deze tijd hebben de mensen meer dan ooit nood aan herders, nood aan leiding, bevestiging en opbeuring. Laat u zich leiden? En nu als gelovige: Durft u anderen het voorbeeld van Jezus door te geven? Een beetje herder zijn voor elkaar? De komende vakantieperiode kunnen we misschien benutten om dat mede mogelijk te maken. Goede vakantie toegewenst.

 

Sittard, juli 2017. Deken Wilbert van Rens.

Wat is wijsheid?

 

Ook in de Bijbel vinden we prachtige verhalen. Misschien kent u het verhaal van koning Salomo, de koning die om wijsheid vroeg. Het was oorlogstijd. Precies zoals nu bij ons. (zie 1 Koningen 3, 5-7)

De jonge Salomo had de macht in Israël nog maar net in handen. Zijn oudere broer Adonis had hij moeten uitschakelen en Simi, een oude rivaal van zijn vader, had hij laten doden. Nu was Salomo in het heiligdom van Gibeon en bracht een offer aan de God van Israël. Die nacht verscheen de Almachtige hem in een droom. De Eeuwige viel met de deur in huis en vroeg: ‘Waar kan ik je een plezier meer doen?’ Het verhaal prikkelt de fantasie. Feeën in sprookjes, geesten in flessen, sterren aan de hemel, bedekte krasloten uit een sigarenwinkeltje en noveenkaarsen in een schemerig kapelletje, ze hebben onze diepste wensen uitgelokt en lieten ons dromen over rijkdom, gezondheid, of een beter lot voor een kind.

Lijden onder gemis

 

Een jonge meid kwam de wachtkamer binnen geschrompeld. Onhandig balanceerde ze op twee krukken. Ze moest er nog aan wennen. Ze liet zich op de laatste vrije stoel vallen en zuchtte. Toen keek ze om zich heen en merkte dat iedereen haar nauwlettend gevolgd had. ‘Ik heb mijn arm gebroken’, legde ze uit. ‘Okéhhhj....!?’, reageerde haar buurvrouw. ‘Bij het volleyen..., ik verloor mijn evenwicht en toen viel ik op een balanceerbalk. Ik hoorde een knak.’ Ze begon uitvoerig uit te leggen, hoe lastig het dagelijkse leven was zonder linkerhand. De wachtkamer luisterde mee, ook de gebroken enkel, de gekraagde nek en de gekneusde pols. Ze knikten instemmend. Als er eenmaal iets niet goed werkt, dan weet je het pas te waarderen. Jarenlang heb je geleefd zonder enige dankbaarheid over een knie die perfect functioneert of een rug die lekker buigt, maar nu hij niet werkt, besef je pas je geluk. De jongedame zou nog zes weken in het gips zitten en ze zou de dagen tellen. 938 uur moest ze nog!

Een mens is zich sterk bewust van wat hij niet meer kan. Hij staat niet vaak stil bij wat hij wel kan en wel bezit. De jongedame leed onder de breuk, maar ze genoot niet van haar rechterarm, van haar gezonde benen, haar voortreffelijke spijsvertering, of kloppend hart... Nee, ze wilde 6 weken overslaan. Over zes weken had ze een feestje, over zeven week denkt ze af en toe aan haar genezen arm. Over acht weken is ze haar gezondheid vergeten en heeft ze een nieuwe wens.

 

Wensen wat je al hebt

 

Salomo hoefde niet lang na te denken. Wensen en ambities had hij genoeg. Hij zou immers nog koning worden van een rijk, zo groot als het huidige Israël, Jordanië en Syrië. Hij zou ongeveer prinsessen uit Egypte en alle koninkrijken uit de buurt ontvangen. Wat zou hij nog wensen? De jonge vorst hoefde er niet over na te denken. Hij wist het meteen. Hij besefte dat hij als koning recht moest spreken. Hij besefte ook dat elk conflict uit twee geloofwaardige verhalen bestaat. Salomo vroeg God om wijsheid. Let wel, Salomo vraagt wat hij al heeft! Zonder wijsheid zou hij niet om wijsheid vragen. Salomo had tientallen wensen en dromen, maar die staan niet op de voorgrond. Hij vraagt wijsheid. ‘En daarom, omdat hij dit vroeg’, schrijft de bijbel, ‘daarom kreeg hij het.’ Het verhaal vervolgt met een rechtszitting. Twee vrouwen vechten voor Salomo’s troon om een kind dat zijn beiden als het hare beschouwen en Salomo stelt hun onbaatzuchtigheid op de proef. Salomo wenst iets wat hij al heeft. En hij krijgt het! Het verlangen naar wat je al hebt... In wezen is dat dankbaarheid, vrede met je bestaan.

 

Dankbaarheid

 

Ik heb me dat nooit zo sterk gerealiseerd als toen iemand me indringend vertelde over zijn depressies; hoe elke dag een loden deken op zijn schouders legde en er geen sprankje zon door de wolken brak. Hoe elke minuut een last was. Eens had hij nieuwe pillen gekregen. Hij had er elke ochtend vreugdeloos eentje geslikt. En toen, plotseling, op een zondagochtend was de hemel opengegaan en had het leven aan gevoeld als een wonder vol licht en mogelijkheden. Na een maandenlang gevecht ervoer hij de zondagochtend als een geschenk uit de hemel, iets wat mij elke dag in de schoot geworpen wordt terwijl ik er achteloos aan voorbij ga. Misschien zijn onze diepste wensen - net als bij Salomo - allang vervuld. Wees dankbaar….. en leef in vrede om je bestaan: dat is de wijsheid die we elkaar mogen toewensen.

Dank aan collega H Brouwers, Deken Wilbert van Rens.

Pinksteren

 

 Hoogfeest Pinksteren op zondag 4 juni a.s.

 

Op de vijftigste dag na Pasen, de laatste dag van de paastijd, wordt in alle christelijke kerken herdacht dat de Heilige Geest neerdaalde over de apostelen. Deze geschiedenis wordt beschreven in het Nieuwe Testament. Op wat later de Eerste Pinksterdag is gaan heten gebeurde concreet het volgende. De gelovigen waren in een huis bijeen toen er binnen plotsklaps een geluid van een grote windvlaag zich voordeed en er een soort vlammen verschenen die zich boven de hoofden van de aanwezigen verspreidden – beter bekend als "vurige tongen". De gelovigen werden met de Heilige Geest vervuld en begonnen buiten het huis op luide toon het evangelie in allerlei vreemde talen te verkondigen met als gevolg dat er een grote massa mensen afkomstig uit allerlei windstreken op hen afkwam. De apostel Petrus nam vervolgens het woord en hield een lange toespraak waarna er ongeveer drieduizend mensen zich bij hen aansloten. Tevens wordt de geboorte van de (katholieke) kerk herdacht.

 

Datum, naam en oorsprong van Pinksteren

Pinksteren wortelt in het joodse Wekenfeest (Sjavoeot). Oorspronkelijk was het een dankfeest voor de binnengehaalde oogst. In de 2de eeuw n. Chr. kwam de nadruk te liggen op het herdenken van het verbond tussen God en Israël, de gebeurtenis bij de Sinai, toen God aan Mozes de wet gaf. De christenen namen deze feestdag over om de nederdaling van de Heilige Geest over de apostelen te gedenken. De christenen zagen een parallel: met Pinksteren is het de Geest van Christus die de nieuwe wet geeft en die de christenen (uit joden- en heidendom) verenigt tot een nieuw volk van God. Omdat het joodse Wekenfeest -als men de eerste en de laatste dag van een periode meetelt-de vijftigste dag was, noemde men het in het Grieks ook Pentekostè, wat 'vijftig' betekent. Het woord Pinksteren is hiervan afgeleid. De Griekse woorden haemera pentaekostae betekenen de 'vijftigste dag'. Deze aanduiding raakte in het jodendom ingeburgerd voor het Wekenfeest. Het feest werd ook door andere termen aangeduid: pneumatos parousia in het Grieks en Adventus Spiritus Sancti in het Latijn.

Bijbelse achtergrond van Pinksteren

Afgezien van het oudtestamentische Tobit 2:1, waar Pinksteren en het Wekenfeest naast elkaar voorkomen, treft men het woord Pinksteren alleen in het Nieuwe Testament aan. In de christelijke kerken wordt dus herdacht dat de Heilige Geest neerdaalde over de apostelen. Deze geschiedenis wordt beschreven in het Nieuwe Testament, de Handelingen der Apostelen 2:1-6. Op Pinksteren verspreidden zich tongen als van vuur over de apostelen. Deze begonnen daarop alle volken in hun eigen taal toe te spreken. Het betekende het begin van de verbreiding van het christendom. En daar zijn we nu nog altijd mee bezig: Jong en oud kunnen hieraan werken.

 

Veni Creator

We kennen als Kerk een prachtig gezang over het werk van de H. Geest: de Hymne Veni Creator Spiritus, 9e eeuw of ouder, misschien toe te schrijven aan Hrabanus Maurus, abt van Fulda (780-856). U ziet het hieronder staan, in het Nederlands vertaald door J.W. Schulte Noordholt. U moet het gewoon thuis herhaaldelijk bidden. Dan helpt u uzelf om uw hart voor Zijn Geest te openen. Dat wens ik u bijzonder toe!

 

Kom, Schepper Geest, daal tot ons neer,

houd Gij bij ons Uw intocht, Heer,

vervul het hart dat U verbeidt

met hemelse barmhartigheid.

 

Gij zijt de gave Gods, Gij zijt

de grote Trooster in de tijd,

de bron waaruit het leven springt,

het liefdevuur dat ons doordringt.

 

Gij schenkt Uw gaven zevenvoud,

o hand die God ten zegen houdt,

o taal waarin wij God verstaan,

wij heffen onze lofzang aan.

 

Verlicht ons duistere verstand,

geef dat ons hart van liefde brandt,

en dat ons zwakke lichaam leeft

vanuit de kracht die Gij ons geeft.

 

Verlos ons als de vijand woedt,

geef ons de vrede weer voorgoed.

Leid Gij ons voort, opdat geen kwaad,

geen ongeval ons leven schaadt.

 

Doe ons de Vader en de Zoon

aanschouwen in de hoge troon,

o Geest van Beiden uitgegaan,

wj bidden U gelovig aan.

 

Deken Wilbert van Rens

Pasen

 

De lange weg van het Paasgeloof

 

Tijdens de paastijd wordt in de kerk het verhaal voorgelezen van de Emmausgangers. Het verhaal speelt zich af na de Verrijzenis van Jezus. In het Nieuwe Testament wordt over het verhaal van de Emmausgangers gesproken in het Evangelie van Lucas (zie Lucas 24, 13-35). Twee mannen waren op weg naar het plaatsje Emmaüs dat een eind lopen (10 km) van Jeruzalem af lag. Onderweg spraken zij over Jezus en zonder het te beseffen kwam Jezus in hun midden en liep al pratende mee naar Emmaüs. Eigenaardig, maar het verhaal van de twee leerlingen van Emmaü¬s, die op Paasdag van Jeruzalem naar Emmaüs gingen en van Emmaüs direct weer terug naar Jeruzalem, hoor ik elke keer weer graag. Die twee mannen, Kleopas en zijn vriend, die zo vrij hun problemen uitpraten, die bevallen mij.

Waarom, zo vragen zij zich af, waarom had dit alles met Jezus van Nazareth zo moeten gebeuren? Met Hem, waarop zij al hun hoop gezet hadden, is het uit en voorbij: gekrui¬sigd, gestorven en begraven. Als mensen sterven, die je liefhebt, als mensen waar¬mee je in je leven eng verbonden was, weggerukt en weggedragen worden, dan gaat altijd een stuk van jezelf met hen mee in het graf. Dan beginnen de bittere vragen te woelen in het hart. In het hoofd brandt het woord: waarom? Waarom gebeurt dat? Waarom laat God zo iets toe? Hoe is God in deze wereld aanwezig, als je je helemaal verlaten voorkomt? Wat deden die beiden? Hun ontgoocheling brengt hen ertoe Jeruzalem te verlaten. Weg van hier!

Ook wij kennen plaatsen die wij het liefst de rug toekeren, plaat¬sen van persoonlijke nederlagen, plaatsen waar wij schuldig geworden zijn, plaatsen van grote teleurstellin¬gen, waar ons geloof onder de wielen kwam. Wie is daar al niet een keer wegge¬lopen, om ergens anders opnieuw te beginnen? Onverschillig waarheen, alleen maar weg! Die twee leerlingen behoren niet direct tot de kring van de apostelen, zij zijn voorbeelden voor ons, leken. Zij zijn uitgedoofd. Hun plannen zijn mislukt. Hun hoop is gebroken. Wat zo goed begonnen was, is voorbij. Velen van ons hebben het geloof van hun ouders gekregen…. Zeg eens eerlijk: wat doen we ermee?

Ervaren wij ook niet van tijd het bankroet van ons geloof? Velen zijn in God teleurge¬steld, omdat Hij niet in pracht en praal in deze wereld optreedt, zoals wij dat graag zou¬den hebben en wensen. Hoe langer ik daarover nadenk, des te meer besef ik, dat God zich maar heel zelden in stralende heerlijkheid vertoont. Bijna altijd verbergt zich zijn rijkdom en zijn grootheid in het kleed van menselijke armoede. Hij ontmoet ons beladen met zijn kruis. In deze leerschool moeten Kleopas en zijn vriend ook nog eerst binnen¬gaan. Het feit dat deze twee mannen in het evangelie voorkomen, is bijzonder troostvol. Het toont ons dat ook in de nabijheid van Jezus vragen open blijven, twijfel mogelijk is, onzekerheid je kan kwellen. In ons geloofsleven komen er immers knopen voor, die je niet snel en zonder moeite kunt losmaken.

Dit uitzonderlijk bijbelgesprek tussen die twee leerlingen en de vreemdeling, eindigt daarmee, dat Jezus met hen het brood breekt. Nu eerst, tijdens deze tafelgemeenschap met de Verrezene, wordt hun de juiste blik op de werkelijkheid geschonken. Op het ogen¬blik waarop zij Jezus herkennen, merken zij dat die catastrofe hen geen pijn meer doet. Nee, zij zijn in hun hoop niet bedrogen. Zij ging alleen anders in vervulling dan zij gedacht hadden. Is datgene wat die beide leerlingen ervaren hebben op de weg van Emmaüs, niet onze ervaring? Ik ben er zeker van dat Jezus ook met ons onderweg is. Met ieder van ons. Ook in ons leven is de Verrezene ons als een gids nabij. Het was geen toeval dat de Verrezene deze leerlingen onverwachts onderweg ontmoette en zich te herkennen gaf. Pasen begint altijd midden onderweg. Wij mogen alleen niet moedeloos worden, ook als de weg van het paasgeloof vaak echt lang wordt. Wees niet bang. Hij gaat met ons op weg…… en laat ons nooit alleen! Je moet wel je best doen om Hem te herkennen. Zalig Pasen.

Deken Wilbert van Rens

Woord pastoor

 

Stemming stemmen stem en waar is uw standvastigheid? Een “kruimeltje” geloof is voldoende!

 

We moeten 15 maart gaan stemmen. Moeten? Aan wie moet ik mijn stem geven? Trouwens ze doen er toch niet mee wat ik wil. Verdeel en heers! In het oude Griekse Rijk kende men al deze uitspraak: Divide et impera. Het is een Latijnse spreuk die wordt toegeschreven aan koning Philippus (4e eeuw voor Chr.). De vertaling van deze spreuk is: verdeel en heers. Philippus zou deze tactiek van verdeel en heers hebben toegepast tegen de Griekse stadstaten. In de koloniale politiek van de Europese mogendheden was dit een zeer bekende zegswijze. Ook in het politieke bedrijf en in de oorlogvoering wordt deze tactiek veelvuldig toegepast. De tactiek houdt in dat de ene concurrent meer rechten krijgt dan de andere concurrent. Hierdoor zal er nooit vriendschap ontstaan tussen hen beiden en hoeft de derde partij, die deze tactiek gebruikt, niet te vrezen dat de eerste twee samen tegen haar zullen optreden. Blijkbaar wordt deze politieke gedachte nog altijd toegepast. Er komt maar geen krachtig Europa, de landen onderling zijn zeer verdeeld. En buiten Europa kijkt men met genoegen hoe dit alles in Europa en Nederland verloopt. Ons kleine land is zeer verdeeld: we hadden nog nooit zoveel politieke partijen waarop we kunnen stemmen. Bij alle verdeeldheid zie je daarbij het verdriet van eigen gelijk: de ene wil nog meer macht bezitten en de kleine vreemdeling die hier heil zoekt wordt op een hoop gegooid met lastige en gevaarlijke vluchtelingen. Maar dat alles maakt de gemiddelde burger verdrietig. Luidkeels roepen sommige al: weg met hen … ze nemen ons alles af…. en al dat ongenoegen wordt hier en daar begeleid met de meest onfatsoenlijke uitspraken. En de ander die standvastig de aloude vertrouwde weg volgt, komt steeds meer in de vertrapte minderheid te zitten. Het niveau van stadiongeschreeuw doordringt meer en meer de gemeenschap en tegenover volle zalen en groots opgezette evenementen zie je kleine groepen kerkgangers die hun standvastigheid blijven uitbeelden in Godsvertrouwen.

 

We weten van de geschiedenis wat de gevolgen kunnen zijn als men meer en meer achter schreeuwende leuzen aanholt. Maar verdeel en heers!! Voorlopig houden we ze in toom ………. denken sommige leiders. Ook in onze kerk kent men verdeeldheid: u weet de rampzalige gevolgen van ouderwets en modern, conservatief en progressief enz. Nog altijd worstelen we met de gevolgen van deze diepe verdeeldheid. Wie standvastig blijft in zijn geloof, die zal ervaren hoe God genadig ons leidt en bestuurt. Ik denk aan die vrouw in het evangelie die Jezus smeekt om haar dochter te genezen die van “het kwaad (duivel)“ bezeten is. De vrouw was van Syrofenicische afkomst d.w.z. een niet-Joodse: een ongelovige zei men toen! Zij vroeg Hem de duivel uit haar dochter te drijven. Blijkbaar had ze wel een groot geloof. Jezus sprak tot haar: “Laat eerst de kinderen verzadigd worden. Want het is niet goed het brood dat voor de kinderen bestemd is aan de honden te geven.” Eigenlijk wijst Jezus haar af! Maar zij had een antwoord en zei Hem: “Jawel, Heer. De honden onder tafel eten immers van de kruimels van de kinderen.” Toen sprak de Heer tot haar: “Omdat ge dit zegt, ga heen, de duivel heeft uw dochter verlaten.” Zij keerde naar huis terug, trof haar kind te bed. (Marcus 7, 24-30). Opvallend is het dat het verzoek van de vrouw niet meteen werd beantwoord. Maar met haar doorzettingsvermogen toont ze aan Jezus hoe ernstig ze het bedoelt. De nederigheid van de vrouw is ontroerend: ze vroeg alleen de kruimels, maar ze vertrouwde erop dat dit zou volstaan. En U en ik? Hebben wij ook dat standvastig vertrouwen van deze gelovige vrouw?

 

Maar het verdriet in Syrië wordt alleen maar erger en groter! Ik voel hoe wij door ons verdeeld stemgedrag deze slachtoffers blijven opofferen omdat wij alleen maar op ons zelf “stemmen”. Ze moeten me niet dit en dat afnemen….. enz. Als katholieke pastoor ga ik geen stemadvies geven. Ik roep u op: hou op met verdeeldheid te zaaien. Tracht uw geestelijk heil – u tijdig aangereikt door onze voorouders – om te zetten in die stemmen en daden die meer dan ooit het christelijk heil waarborgen. We moeten onze christelijke “roots” ook in ons stemgedrag terug brengen. En dat moet je doen door je stem niet verloren te laten gaan in kleine groeperingen, maar zeker ook niet in grote bewegingen die hun agressie en spot ventileren door allerlei tweets en dergelijke mediakreten. Je moet die leider zoeken die volmondig het christelijk heil uitdraagt en bereid is zichzelf daarvoor op te offeren. Je offert jezelf niet op vanuit een hoge ivoren toren: je moet de taal van verzoening spreken en toch je principes van je christelijk geloof trouw blijven en zo de mens tegemoet treden. Dat wens ik u toe. Durft te stemmen op eensgezindheid en standvastigheid. Laat u zelf niet wegslingeren waardoor uw stem nog meer bijdraagt aan verdeeldheid. Dat maakt immers onze samenleving kapot. Laat uw stem klinken als standvastigheid: geef God en mens de eer van liefde en geborgenheid. Wees zo standvastig als de vrouw van het evangelie. Durf zo te stemmen!! Een “kruimeltje” geloof is voldoende!

 

Deken Wilbert van Rens

Woord pastoor

Bent u, ben ik die kleine persoon…..?

 

In die tijd ging Jezus Jericho binnen. Terwijl Hij er doorheen trok poogde een zekere Zacheüs, hoofdambtenaar bij het tolwezen en een rijk man, te zien wie Jezus was. Maar hij slaagde daarin niet vanwege de menigte, want hij was klein van gestalte. Om Hem toch te zien liep hij hard vooruit en hij klom in een wilde vijgenboom, omdat Jezus daar langs zou komen. Toen Jezus bij die plaats kwam keek Hij omhoog en zei tot hem: “Zacheüs, kom vlug naar beneden, want vandaag moet Ik in uw huis te gast zijn.” Zacheüs kwam snel naar beneden en ontving Hem vol blijdschap. Allen zagen dat en merkten morrend op: “Hij is bij een zondaar zijn intrek gaan nemen!” Maar Zacheüs trad op de Heer toe en sprak: “Heer, bij deze schenk ik de helft van mijn bezit aan de armen; en als ik iemand iets afgeperst heb, geef ik het hem vierdubbel terug.” Jezus sprak tot hem: “Vandaag is dit huis heil ten deel gevallen, want ook deze man is een zoon van Abraham. De Mensenzoon is immers gekomen om te zoeken, en om te redden wat verloren was.” (uit Lucas 19, 1-10)

 

“Zacheüs was oppertollenaar”. Niet de eerste de beste dus. De kinderen zingen het liedje over Zacheüs dat hij nieuwsgierig was en klom in een boom. Hij wilde Jezus zien waar hij veel over gehoord had. Maar kinderen kijken anders naar mensen, zeker bij die kleine Zacheüs, hij lijkt zo onschuldig. De volwassen medeburgers (in de tijd van Jezus) vonden hem een “schurk”. Een man waarvan de meeste joden kippenvel en koude rillingen kregen. Ook wij staan niet te dansen als wij oog in oog staan met de hoofdcontroleur van de belas¬tingen. Niet te verwonderen dat de mensen “kwaad” waren toen ze Jezus hoorden zeggen: “Zacheüs, Ik wil bij jou te gast zijn”. Hoe haalt Hij het in zijn hoofd om bij zo’n heerschap zijn voeten onder tafel te gaan steken! Zacheüs liep al een tijdje rond met de idee om eens met die Jezus contact op te nemen. Uit persoonlijke interesse. Hij voelde zich niet gelukkig. Maar Jezus komt eraan… en dan staat er niet dat Zacheüs Jezus ziet aankomen, maar andersom: “Jezus ziet Zacheüs zitten” en zegt: “Vandaag moet Ik in uw huis verblijven”.

Deze twee kleine zinnetjes maken ons drie dingen duidelijk:

 

1. Jezus vinden is niet weggelegd voor hen die meedeinen met maatschappelijke trends. In de arena, in een koophal of in een stadion waarin iedereen elkaar opjut met allerlei kreten van ‘hebben’ en ‘nog meer willen hebben’, bij al dat geschreeuw zul je Jezus nooit tegen komen. Om Hem te ontmoeten, moet je uit dat maatschappelijk netwerk stappen en, zo¬als Zacheüs, zelf op zoek gaan om Hem te zien.

2. Wie Jezus écht wil zien, wordt altijd ook door Jezus ge¬zien. Je zit dus nooit tevergeefs op uitkijk in je boom. Je zult zelfs, tot je eigen verbazing, ont¬dekken dat Jezus omhoog kijkt, dat Hij naar jou op zoek is.

3. Als je je écht inzet om Jezus te zien, dan geraken de ge¬beurtenissen in een stroomver¬snelling. “Vandaag nog, Za¬cheüs, wil Ik bij jou te gast zijn”. Jezus hààst zich naar een zon¬daar. Hij laat zijn 99 schapen achter en spoedt zich naar dat ene dat verloren is. Zijn eerste interesse betreft mensen in de “sukkel¬straat”. Hij gaat naar de kleine man toe… Zacheüs, rijk maar een vent met een klein hartje. Kijk even weer na die drie momenten: (1) Op zoek gaan om Jezus te zien, (2) dan ontdekken dat Hij naar jou uitkijkt, en (3) vervolgens gebeurt wat je zelf nooit had durven dromen: Jezus komt zelf naar jou toe, komt bij jou binnen……….

 

En dat overkomt de man die door zijn mede¬men¬sen veracht wordt. Wat en hoeveel je ook op je kerfstok hebt, als je Jezus zoekt, zal Hij je daarvoor niet afwijzen. Hij spijkert niemand vast op zijn fouten. In Hem er¬vaart Zacheüs Gods barmhartig¬heid aan den lijve. God die zich laat kennen als een ingoede Vader, die niets liever doet dan geven en ver¬geven. Zacheüs is er het ondersteboven van. Hij, de geldafperser, begint kwistig en royaal geld weg te geven: de helft van zijn bezit aan de armen en wat hij achterover heeft gedrukt, wordt viervoudig terugbe¬taald. Zacheüs heeft ‘hebben, hebberigheid’ vervangen door ‘zijn, er liefdevol zijn voor de ander’. Zijn eigen-waarde ontleent hij niet langer aan zijn bezit of aan zijn functie. Hij heeft een ander soort rijkdom ontdekt, de rijkdom van het hart. Heten wij niet allemaal een beetje Zacheüs? Laten we in de “boom” klimmen en uitkijken naar Jezus die vandaag nog bij ons te gast wil zijn. Met dank aan Pater Marc Christiaens o.p.

 

Deken Wilbert van Rens.

Huis van Bethlehem

 

 Huis van Bethlehem, Huis van Sanderbout …. Ónger de 2 tores

Als vertegenwoordigers van bisdom en kerkbestuur zijn we naar de officiële opening gegaan van het nieuwe gemeenschapshuis van Sanderbout. Onze voormalige kerk hebben we (langdurig} verhuurd aan de gemeente. De kerk levert dat geldelijk niets op, maar wel de zekerheid dat het gebouw goed onderhouden wordt en gedurende lange tijd ten dienste blijft staan van de gemeenschap. Immers de gemeenschap van toen heeft het gebouw neergezet, ten behoeve van de kerkgemeenschap. Voor hen was het een Godshuis van en voor de gemeenschap. De toenmalige bewoners van Sanderbout hadden destijds eindelijk hun eigen kerk. De wijk Sanderbout was toen al bevolkt door mensen uit alle windstreken vanwege het feit dat velen hun werk hadden bij de mijnen. Zo kreeg Sanderbout een enorme vlucht in bewonersaantallen en het kreeg een opvallend mooi en vooral markant en beeldbepalend kerkgebouw. Al die zwervende mensen van toen vonden hun “Bethlehem” , hun schuilplaats, in de prachtige H. Gemmakerk met de twee opvallende torens. Het was het laatste werk van architect Wielders die zijn “schepping” nooit heeft kunnen voltooien. Architect Palmen heeft zijn werk afgemaakt. Gelukkig hebben wethouders N. Lebens en L. Geilen bij de opening en presentatie deze geschiedenis vermeld. Bijzonder treffend was de keuze voor de nieuwe benaming voor dit nieuw gemeenschapscentrum: Ónger de 2 tores….. duidelijk verwijzend naar de warmte en het markante van dit machtig bouwwerk in hun woonwijk. Sanderbout heeft haar kroonjuweel van alle bouwwerken van haar wijk mogen behouden en wij als kerkbestuur en bisdom zijn er trots op dat we – met de gemeente – hebben kunnen bewerkstelligen dat dit zo gerealiseerd is. Natuurlijk doet het je pijn dat je de eerdere doelstelling van dit bouwwerk als kerk hebt moeten opgeven, maar de pijn wordt verzacht door de prachtige invulling van dit nieuwe “Bethlehem”.

 

We zitten nu in de Adventstijd, op naar Kerstmis 2016, en straks naar het Nieuwe Jaar 2017. Maria en Jozef zochten destijds hun weg in de harde wereld van toen. Slenterend en angstig sleepten zij zich van de ene woning naar de andere. Maria kon elk moment bevallen. Veel mensen hielden hun deur gesloten. Ze beseften toen nauwelijks hoe hard ze waren en harteloos voor de twee zwervers. De plaatsnaam was Bethlehem en dat betekent letterlijk: Huis van Brood……. Maar geen onderdak…. Geen brood!! De Twee Torens helpen u als bewoners van Sanderbout te beseffen waar deze twee symbolisch voor staan: ze verwijzen naar geborgenheid en voedsel: brood en leven. Dit gemeenschapshuis heeft haar functie van geborgenheid mee behouden als wij het ook zo willen invullen. Wij zijn zelf de voederbak waarin de Heer geboren wordt, zo luidde onlangs de titel van een artikel in de Volkskrant. Een bekende uitspraak van de Zwitserse psychiater Carl Jung, ook een zoeker naar God! Je zag erbij een onlangs genomen foto met Tien Burgemeesters uit Nederland en Duitsland en zij vormen samen met een kameel en ezel een levende Kerststal in Parkmuseum Orientalis (vroeger Heilig Landstichting in Nijmegen) waarmee men deze week het Feest van het Licht opende. (voor meer informatie op www.feestvanlicht.nl)

 

Uw Huis van Sanderbout …. Ónger de 2 tores … blijft dat licht uitstralen van verbondenheid. Laat dat niet los! In datzelfde artikel lezen we: Herders zitten in stilte bij hun schapen en houden de wacht; ze zijn waakzaam. Jezus roept ons in de evangeliën vaak op tot waakzaamheid, alertheid. Een waakzame geest is als een herder die zijn oren spitst om alert te zijn voor de omgevingsgeluiden en voor het gedrag van de schapen, zodat hij snel kan reageren als er iets aan de hand is. Wij worden door de bijbelschrijver aangespoord om te zijn als de herders: innerlijk stil en waakzaam.

 

Onze schapen - onze gedachten en emoties - goed in de gaten houden en er een zekere controle over uitoefenen, zodat ze niet alle kanten opschieten en onze innerlijke rust verstoren. Dan zullen ook wij in staat zijn de stem van engelen te horen en de blijde boodschap van de geboorte van het goddelijke kind in onszelf ontvangen. De ster van Bethlehem, tenslotte, die de wijzen volgen om Christus te vinden, is het zogenaamde hexagram: een zespuntige ster die bestaat uit twee in elkaar geschoven driehoeken. De Davidsster in de Joodse traditie. Ook bekend in de Bijbel als het zegel van Salomon. Een esoterisch symbool dat verwijst naar een hart waarin het goddelijke is ontwaakt. De ster van Bethlehem. De symboliek van het hexagram kan men terugvinden in vrijwel alle wereldgodsdiensten. De op elkaar liggende, omhoog en omlaag gerichte driehoeken verbeelden onder andere de versmelting van de tegenstellingen; het opgaan van de dualiteit in de eenheid. Ónger de 2 tores symboliseert die eenheid van vroeger en nu. Zoekt U Christus, het Kerstkind! Kijk dan naar onderstaand programmaoverzicht! Gezegende Kerstdagen en een Zalig Nieuwjaar.

 

Diensten advent/kerstmis

Dinsdag 13 december: Aansluitend aan de avondmis in de St.-Petruskerk: Boeteviering – met mogelijkheid tot ontvangen van biechtsacrament - ter voorbereiding op Kerstmis

17.00 uur: St.-Petruskerk: Kindje wiegen, speciaal bedoeld voor kinderen voor kinderen t/m groep 2 van de basisschool en hun ouders.

18.00 uur: St.-Petruskerk: Gezinsmis, speciaal voor kinderen vanaf groep 3 en hun ouders v.a. 20.00 uur: St.-Petruskerk: Vigiliedienst met lezing en gebed, muziek en samenzang ter voorbereiding op de Nachtmis van 20.30 uur. Vanaf 22.45 uur: St.-Michielskerk: Vigiliedienst ter voorbereiding op de Nachtmis van 23.00 uur, m.m.v. het Michielkoor.

Zondag 25 december: Eerste Kerstdag. 11.30 uur Hoogmis in de Petruskerk. In de St.-Michielskerk is er één Heilige Mis om 9u30.

Maandag 26 december: Tweede Kerstdag. De heilige Missen zijn als op zondag. Vrijdag 30 december: Feest van de Heilige Familie, Jezus, Maria, Jozef

Zaterdag 31 december: Silvesteravond/Oudjaar. Om 18.00 uur in de St.-Petruskerk: grote dankdienst.

Zondag 1 januari 2017: Na de Hoogmis van 11.00 uur in de St.-Petruskerk bent u van harte welkom op de Nieuwjaarsreceptie in het Mariapark (tegenover de Basiliek).

 

Voor alle informatie van alle diensten in de kerken van Sittard of opgave misintenties, ofwel vragen voor doopsel, huwelijk en uitvaart, of ziekencommunie aan huis: bel naar kantoor dekenaat: 046-4512275 of mail naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.. Of kijk op: www.rk-kerken-sittard.nl. Contactpersoon voor pastoraal voor de parochie H. Gemma, Sanderbout is :

Past. P. Kerkhofs, Leyenbroekerweg 107, tel 046 4008960 of 06 23077718.

Uitreiking Pro Ecclesia

 

Ter afronding wilden we als Kerk al diegenen bedanken die hun beste krachten al de jaren door hebben gegeven. Je kunt helaas niet iedereen bedanken met een kerkelijk zichtbaar teken. Maar de laatste van het kerkbestuur heeft haar plicht helemaal ten uitvoer kunnen brengen. Daarom dat Pro Ecclesia et Pontifice, een hoge Pauselijke Onderscheiding werd toegekend aan mevrouw Rosie Bons-Arts, aftredend kerkmeester van Heilige Gemmaparochie Sanderbout op 23 oktober j.l.

 

Ze mocht deze ontvangen uit handen van deken W. van Rens vanwege haar bijzondere inzet als kerkmeester van deze parochie. Meer dan 25 jaren was zij verbonden aan de parochie Sanderbout, voornamelijk als penningmeester van deze parochie, eerst bij pastoor L. Kruydenberg OFM z.g. en daarna 15 jaar bij waarnemend pastoor deken W. van Rens. Vooral de laatste jaren waren moeilijke tijden waar menige penningmeester liever van afziet. Immers je ziet de verbondenheid van gelovige mensen enorm teruglopen, ook in de cijfers. En toch…. dan op je post blijven.

Om er met een schone lei uit al die problemen te komen heeft ze met de verscheidene bestuurders mee gekozen voor het kerkgebouw voor Sanderbout te behouden door het te verhuren aan Gemeente die het gaat exploiteren als een multifunctioneel gemeenschapscentrum, met behoud van respect voor het voormalige kerkgebouw. Mevr. Bons was altijd één van de eersten die aan de administratie van het bisdom het financieel jaarverslag aanbood. Dat toonde haar accuratesse en zorgvuldigheid. Ze schroomde er niet voor keuzes te maken, ook werden die niet altijd in dankbaarheid aangenomen. Haar mening en besluitvaardigheid waren er altijd op gericht tot heil van mensen en de plaatselijke gemeenschap. Daarom is de Kerk haar dankbaar en terecht mocht ze thuis welverdiend dit gouden erekruis – op de verjaardag van haar man – ontvangen. We wensen haar proficiat en Gods zegen voor haar en haar dierbaren! We hopen dat ze deze eremedaille nog vele jaren mag dragen. We wensen Sanderbout veel succes en zegen toe met hun nieuw onderkomen.

 

Een knipoog van Godswege moge u allen begeleiden. Deken Wilbert van Rens.

Nieuwe functie kerkgebouw

 

Op het eind van deze maand november wordt dan officieel het nieuwe Gemeenschapshuis Sanderbout geopend in onze voormalige kerk van Sanderbout. De Gemeente heeft het gebouw van ons voor een lange periode gehuurd en verbouwd tot een multifunctioneel centrum. Het gebouw blijft dus ten dienste van de gemeenschap.

 

Bij zo’n overgang is er weemoed, wat verdriet, maar ook blijdschap dat het mooie gebouw niet verloren gaat. Wanneer we stilstaan bij de achterliggende periode kijken we terug naar wat onze voorouders hier hebben neergezet. En destijds was er geen sprake van subsidie. Het moest allemaal komen van stuivertjes, dubbeltjes en kwartjes van heel wat gelovigen, jaar in, jaar uit! En het is gelukt, maar de kring van zorgende parochianen werd alsmaar kleiner. Zodoende was het zoeken naar een oplossing.

 

En die werd gevonden in het feit dat de gemeente daar een gemeenschapsruimte neerzette naar de huidige eisen van onze tijd.

Rozenkrans

 

Een rozenkrans in topgevel St. Michielskerk?

 

Is het u ooit opgevallen? Onze St.-Michielskerk op de Markt heeft in haar prachtige monumentale voorgevel een heel apart decor uitgebeeld. Het bevindt zich precies boven in de top van de voorgevel: het is een reliëf waarin is afgebeeld hoe de Heilige Dominicus uit handen van Moeder Maria de rozenkrans ontvangt. Ditzelfde tafereel vinden we ook terug in de binnenzijde van de kerk op een van de grote olieverfschilderijen nabij de preekstoel. Het zijn typische getuigenissen van de Dominicaanse devotie tot de H. Maagd Maria. De paters Dominicanen zijn immers de bouwheren van onze St.-Michielskerk aan de Markt. Ze bouwden deze kerk rond 1660. Je zou kunnen zeggen dat het hun “handelsmerk” was. Immers bijna alle - nu inmiddels - monumentale kerkgebouwen in veel steden in heel Europa zijn van de hand van deze bouwheren paters Dominicanen en bij hun gebouw tref je altijd dit “wapen” aan, zo zou je het ook kunnen benoemen. Kijkt u maar eens naar de Sint-Salvatorkerk te Brugge, daar hangt bijna hetzelfde tafereel dat deze schenking voorstelt. Een soortgelijke afbeelding siert ook de frontpagina van het boek van De Lalaing uit 1655 over het broederschap van de rozenkrans. Wat hebben die paters Dominicanen toch met de rozenkrans? Daarom even eerst wat geschiedenis. De rozenkrans (paternoster zeggen de Belgen) werd bij aanvang gebruikt om de tel niet kwijt te raken bij het opzeggen van een reeks eenvoudige gebeden. Men zegt dat kluizenaars, met dit doel, keitjes gebruikten om af te tellen. Men denkt dat dit gebruik ontstond in de jaren 1000-1100.

 

Meer en meer ontstond in de abdijen de behoefte aan werkkrachten en helpers, lekenbroeders maar die waren het Latijn niet machtig. Terwijl de (geletterde) monniken zo’n 150 verschillende psalmen reciteerden, baden de (ongeletterde) monniken 150 keer eenzelfde gebed, zoals bijvoorbeeld het Onze Vader en Weesgegroet. Om de tel niet kwijt te raken bezigden ze een snoer met knopen of kralen. Zo ontstond de eerste vorm van rozenkrans of paternoster. In de 13de eeuw kent de Mariadevotie plotseling een grote bloei. In de volksvroomheid gaat het Mariale element overheersen, ook buiten de kloosters onder de ongeletterden. De toenmalige vorm van rozenkrans (ook wel rozenhoedje genaamd) wordt een populaire vorm van Mariaverering. In de Middeleeuwen bestond een gebruik om bij bepaalde gelegenheden het hoofd van jonge meisjes met rozen te omkransen. In enkele middeleeuwse verhalen wordt Maria omwille van haar maagdelijkheid ‘rose’ genoemd. En volgens de middeleeuwse roman ‘Roman de la rose’ heeft de liefde om het hoofd ‘un chapelet de roses’, een rozenkrans. Zo ziet men stilaan dat de aaneenschakeling van groeten aan Maria, de vrouw die men vereert en aanbidt, als een krans van rozen wordt beschouwd en tenslotte wordt, in overdrachtelijke zin, het snoer waaraan men deze groeten aftelt rozenkrans of rozenhoedje genoemd. Ten einde het gedachteloze herhalen van het Weesgegroet te vermijden en tevens om de betekenis van deze Mariagroet te benadrukken, ging men na de aanhef van het Ave Maria of ook na het Onze Vader bepaalde zinnen inlassen, bijzinnen waarin telkens aan een feit uit het leven van Maria of van Christus herinnerd werd. Dit veronderstelde dat men kon lezen. Voor de ongeletterden ging men dus verder: de bijzinnen over het leven van Maria of Christus waren kort en krachtig en heel gemakkelijk te onthouden. Zo vindt men in de gebedenboeken van begin van de jaren 1600 de drie thans bekende reeksen van 5 mysteries.

Als verspreiders van de rozenkransdevotie worden vooral genoemd de kartuizer Dominicus Prothenus en de dominicaan Alanus de Rupe. Volgens de legende is het wel Dominicus die de rozenkrans ontving uit de handen van de heilige Maagd om de Mariadevotie te verspreiden. Dominicus leefde van 1170 tot 1221. Meerdere malen werd er gepoogd deze “bidwijze” aan andere heiligen te verbinden doch dit werd telkens door de paus verboden. Aangezien de heilige Dominicus de orde der predikheren stichtte en deze devotie zo steevast verdedigde, is het niet te verwonderen dat men later pas ging inzien de grote waarde van dit eenvoudig gebed. Er ontstonden broederschappen van de heilige rozenkrans en uiteindelijk werd deze devotie in 1479 door de paus erkend. Voor de rozenkransbroederschappen kwam er zelfs een rozenkransfeest, ter herinnering aan de overwinning van de grote zeeslag in 1571 te Lepanto, welke werd toegeschreven aan het rozenkransgebed van paus Pius V en de broederschappen: men had de overtuiging dat door het rozenkransgebed deze afschuwelijke zeeslag maar enkele uren heeft geduurd en dat er snel vrede kwam. De paters Dominicanen hebben daarna de rozenkransdevotie over de ganse wereld uitgedragen. Men voelde in dit rozenkransgebed hoe Gods Woord kracht kreeg en vele gebeden werden “onverklaarbaar” verhoord.

 

Vanuit bovenstaande geschiedenis zijn U en ik mede opgevoed met een rozenkrans. We kregen het vroeger bij onze 1e H. Communie. Ik draag nog altijd de rozenkrans bij me. Trouwens velen doen dit. De jongeren zijn er minder mee bekend. Soms moet ik hen leren hoe je een rozenkrans moet bidden. Laatst was ik bij een stervende. Familie stond heel trouw bij de zieke te waken. Ineens ontdekte iemand dat de zieke pap een rozenkrans in de handen had. Laat pap dat vasthouden, zo reageerde de echtgenote toen iemand de rozenkrans wilde weghalen. Dat is zijn houvast. Stilte en misschien wel duizend en een gedachten. Zo liep ik laatst ook over onze Markt. Ik keek naar het tafereel van de rozenkrans op de voorgevel. Je kunt er niet aan voorbijgaan, je moet het zien of je wilt of niet!

Al eeuwenlang hebben mensen hun rozenkrans gebeden: geletterde en ongeletterde mensen. Iedereen kan het! Lopen we over de Markt van Sittard met al die kooplui en toeristen, dan voelen we ons allen eensgezind in onze zoektocht naar God en Zijn liefde voor U en mij. En kijk eens met een knipoog naar Moeder Maria…. Je ziet haar de rozenkrans ook aan u en mij geven. Van harte wens ik u toe dat u dit gebedssnoer naar Gods eeuwigheid niet verwaarloost. Oktobermaand is van oudsher rozenkransmaand. Dit eenvoudig gebed zal geen enkel feest verstoren, zelfs géén Oktoberfest, integendeel enkel verdiepen. Dat wensen we elkaar toe!

 

Deken Wilbert van Rens

PS u hebt geen rozenkrans meer? Bel me even en u krijgt er een thuisbezorgd! 4512275.

 

Historie H Gemmakerk

 

Prof. Dr. J. J. M. Timmers vermelding "interessant -bouwwerk" in het boekje - Sittard - is een bewijs voor de architectonische waarde van onze kerk. De kerk, die in 1953 geconsacreerd werd, is een werk van wijlen architect Alfons Boosten uit Maastricht.

Het gebouw bestaat uit het hoge middenschip, een zijbeuk en het ingangsportaal. Het priesterkoor met de belendende sacristie en het voormalige koor met kinderkapel vormen samen een soort dwarsbeuk. .Het geheel vormt ongeveer een kruis (bij uitstek het symbool van het Christendom). Vaak bouwde men tegen zo'n dwarsbeuk nog een halfronde ruimte: de absis. Onze kerk bezit geen absis, maar de architect heeft wel de muren van het priesterkoor duidelijk een ronde gedaante gegeven. Een ander 'bijzonder kenmerk van onze kerk is wel het steil oplopende dak van het middenschip. Dit dak wordt naar de vorm lessenaarsdak genoemd (naar de antieke lessenaars). Dergelijke dakconstructies zijn typisch voor architect Boosten, die vond, dat een dak, naast de beschermende functie, ook een mooie aanblik moet ,bieden. Alfons Boosten ontwierp vele huizen, waarvan de hellende daken tot de ingang reikten, hetgeen een landhuisachtige indruk geeft (o.a. in Venlo).

Onze kerk is zoals alle kerken,georiënteerd, d.w.z. het altaar is naar de Orient ((het oosten) gericht. De zijbeuk werd gebouwd om trekkende bewegingen, zoals processies mogelijk te maken. Op de plaats van de oorspronkelijke viering (dus het door hout afgesloten gedeelte) verrezen twee vieringtorentjes. Op een van deze torenspitsen staat een windhaan. Het plaatsen van hanen op kerk torens heeft waarschijnlijk met de bijbel verband. Immers Christus sprak toet Petrus de woorden: "Eer de haan kraait zult gij Mij driemaal verloochenen (Math. 26:34)". De hoge eindgevel van het middenschip bood plaats voor een roosvenster, d.w.z. een rond venster vanuit het midden door staven gedeeld. Dit roosvenster.is een geschenk van de parochie aan haar tweede pastoor, de Eerwaarde Heer Akkermans, bij zijn 25-jarig priesterschap. Aan de zuidzijde (nabij de sacristie) is de kerk gestut door drie eenvoudige, driehoekige steunberen. Het mooiste panorama van de kerk verkrijgt men boven op de Wintrakerberg.

Het interieur van onze kerk is weliswaar modern, maar daarom niet minder interessant. Het meest opvallende deel van de kerkinventaris is het altaarkruis. Het corpus van het kruis is 3,20 meter hoog en werd vervaardigd door Charles Rips. Deze kunstenaar maakte ook het Onze Lieve Vrouwe beeld (2,20 meter hoog) en de 14 afbeeldingen van de kruisweg. Voor de inwijding van de kerk hing het corpus van het altaarkruis aan de oostzijde van de noodkerk (het houten gebouw, dat later als klooster gebruikt werd en in 1963/1964 door de voorgevel van het huidige klooster vervangen werd).

De eerste steen van onze kerk is aan de rechterzijde van het altaar ingemetseld. Het opschrift op deze steen luidt: LAETARE JERUSALEM: A.D. 1952 ME POSUIT REV. DECANUS SITTARDIENSIS ET TEMPLUM HOC AEDIFICAVIT REV. DOM. H. SMEETS, PAROCHUS, DEDICAVITQUE DEO, QUI BEATAM GEMMAM FILLII SUI PATIENTIS MAGINEM EFFECIT. UT IPSA INTERCEDENTE OMNES PAROECIANT CHRISTI GLOMAE PARTICIPES FIERI MEREANTUR. DIE 23 MARTII

Vrij vertaald betekent dit: Verheug u Jerusalem: in het jaar des Heren 1952 heeft de eerwaarde Heer deken van Sittard (deken Haenets) mij geplaatst en deze kerk heeft gebouwd de Eerwaarde Heer H. Smeets, parochieherder, en hij heeft ze aan God gewijd. Die de gelukzalige Gemma tot evenbeeld van het lijden van Zijn zoon maakte, opdat door haar tussenkomst alle parochianen verdienen deelachtig te worden aan de roem van Christus. De 23e maart.

Uit "LAETARE JERUSALEM" kunnen we afleiden, dat de wijding op Half-Vasten geschiedde (de z.g.n. Zondag Laetare). De luidklok kwam pas in 1958 gereed. Zij draagt het volgende opschrift: MOGE ONDER DE BESCHERMING AN DE H. HUBERTUS MIJN ROEPSTEM WEERKLANK VINDEN IN HET BIDDEN EN OFFEREN DEZER GEMEENSCHAP. A.D. 1958

De klok werd door fa. Petit en Fritsen gegoten. Ok het misdienaarsbelletje is rijk versierd. O het belletje staan vier dieren met hun Latijnse benamingen: LEO (leeuw); AGNUS (lam); PELICANUS (pelikaan); AQUILA (arend). De kerk bezit drie beschilderde ramen van Eugène Laudy. Het eerste van de drie draagt als onderschrift een notenbalk, ten teken dat Mej. M. Laudy het schonk. Het tweede raam vermeldt ons, dat het op 29 april 1962 door de parochianen aan de Z.E.H. Smeets geschonken werdt. Het,derde raam is een geschenk van de fam. Bouman-Windels. Het met korenhalmen versierde tabernakel draagt het toepasselijke opschrift EGO SUM PANIS VITAE (Ik ben het brood des levens).

Het St. Jozefbeeld is een geschenk van de kloostergemeenschap aan de Z.E.H. Smeets ter ere van zijn 25-jarig priesterschap. Tenslotte bezit de kerk een fraai beeld van de H. Gemma.

Peter Boudewijn

 Copyright © 1963-2017 Stichting Wijkblad Sittard Tussen de Rails. All Rights Reserved.